. . . Een uit de hand gelopen onderzoek

In gesprek met Jacqueline Bisschop over alcoholpreventie in het Jeroen Bosch ziekenhuis

Verschillende redenen waren de aanleiding voor Jacqueline Bisschop om een onderzoek te starten naar alcoholpreventie bij haar in het ziekenhuis. Als verpleegkundige zag zij de behoefte op de werkvloer om draaideurproblematiek te voorkomen bij een deel van de patiënten en ze vond dat deze patiënten beter geholpen konden worden door meer in te zetten op alcoholpreventie. Haar onderzoek levert veel inzichten over de kennis van alcoholproblematiek bij zorgprofessionals, welke informatie je patiënten kunt geven, hoe je effectief kunt interveniëren en hoe je de juiste nazorg levert. Haar onderzoek en het project dat hieruit volgde, bracht haar ook in contact met TRANZO, het wetenschappelijk centrum voor zorg en welzijn van de Tilburg School of Social and Behavioral Sciences van de Tilburg University, waar ze haar onderzoek kon voortzetten en uitbreiden.

Jacqueline Bisschop

Wat een bijzondere combinatie: onderzoeker bij TRANZO en werkzaam in het ziekenhuis.

Ja, zeker. En het komt allemaal voort uit mijn scriptieonderzoek dat ik heb uitgevoerd voor mijn Hbo-v opleiding. Je kunt wel zeggen dat het behoorlijk uit de hand gelopen is. Vanaf de start van mijn onderzoek ben ik van het één in het ander gerold en ik ben daardoor niet meer verpleegkundige op de MDL-afdeling van ons ziekenhuis, maar inmiddels ziekenhuisbreed projectleider alcoholproblematiek en ook nog een paar dagen per week onderzoeker bij TRANZO aan de universiteit van Tilburg.

Kun je iets vertellen over het onderzoek waar het allemaal mee begon?

Tijdens mijn stage op de Maag, Darm en Lever (MDL)-afdeling van het Jeroen Bosch ziekenhuis zag ik dat veel patiënten die erg veel alcohol dronken steeds op de afdeling terugkeerden. Ondanks dat duidelijk was dat alcoholgebruik een groot deel van het probleem veroorzaakte, werden ze naar huis gestuurd met de boodschap: ” . . . en geen alcohol meer drinken hoor.” Maar thuis wachtte de koelkast vol met bier of de kast met wijn of iets anders sterkers, en het drinken ging door waar het gebleven was. Mensen kwamen weer terug in het ziekenhuis of nog erger, overleden. “Dit moet toch anders kunnen” dacht ik en vervolgens ben ik de literatuur in gedoken om mijn scriptie hierover te gaan schrijven.

Wat leverde je onderzoek op?

Heel veel. Een nieuwe wereld ging open. Ik kwam erachter dat er veel mogelijkheden zijn om zware drinkers te ondersteunen om hun gedrag te veranderen. Dit is vooral goed uitgewerkt in de richtlijnen van de huisartsenzorg maar in het ziekenhuis deden we daar weinig mee. We hadden geen protocol, geen richtlijn, niks. Ik heb vervolgens met collega’s geïnterviewd en besproken wat zij nodig hebben om de zware drinkers te kunnen helpen of ondersteunen. Uit die gespreken kwamen een paar punten naar voren:

  • Niemand wist precies wat alcoholproblematiek inhoudt,
  • bij welke groep het zinvol is om te interveniëren,
  • wat voor informatie we kunnen geven,
  • wie we moeten betrekken en hoe we dat kunnen doen, en
  • hoe gaan we er mee om als ze patiënten continu terugkomen. Met andere woorden wat kunnen we regelen aan nazorg.

We hadden dus duidelijke richtlijnen nodig die uitvoerbaar zijn in het ziekenhuis. Met de resultaten van mijn onderzoek ben ik in gesprek gegaan met Het unithoofd van de afdeling en het management van het ziekenhuis.

Wat kwam daar uit?

Dat ik een project kon starten om een protocol voor alcoholproblematiek te ontwikkelen waarin aandacht is voor alle gradaties van alcoholproblematiek. Van stevige sociale drinkers tot mensen met zware alcoholproblematiek en daaraan gekoppeld een scholingsprogramma voor verpleegkundigen en artsen. Ik ben met netwerkpartners in gesprek gegaan hoe we een netwerk van hulp konden opzetten. Wie betrekken we in het ziekenhuis, maar ook wie kunnen we inschakelen zodat de begeleiding doorgaat als mensen het ziekenhuis verlaten?

Hoe ziet het scholingsprogramma er uit?

We beginnen met dieper ingaan op wat alcoholproblematiek inhoudt en wat alcohol voor schade kan veroorzaken. Misschien wel het belangrijkste element, is scholing in motiverende gesprekstechnieken. We leren hoe je op een motiverende manier het gesprek over alcohol kunt aangaan en hoe je de patiënt kunt motiveren om gedrag te veranderen.

Daarnaast hebben we nu een helder protocol dat toegepast kan worden in het ziekenhuis. Op de klinische afdelingen nemen we de AUDIT af. Dat is een door de WHO ontwikkeld screeningsinstrument en bestaat uit 10 vragen die inzicht geven in de ernst van de problematiek en waaruit een risicoprofiel komt. Aan deze risicoprofielen zitten interventies verbonden. Bij een deel is weinig mis met het alcoholgebruik en dan geven we geen advies. Als de patiënt een verhoogd risico loopt maar nog wel zelfredzaam is, dan adviseren we om minder alcohol te drinken en geven een zelfhulpfolder mee. Als blijkt dat mensen een sterk verhoogd risico lopen en er sprake is van zware alcoholproblematiek dan roepen we de hulp in van de psychiatrie voor het bespreken van de problematiek en het bespreken of de patiënt open staat voor hulp, maar ook het starten van medicatie om ontrekkingsdelier (verwardheid) te voorkomen.. De zwaarste categorie, die vaak zeer complexe problematiek heeft, wordt besproken in een multidisciplinair overleg dat we twee keer per week hebben met alle betrokken netwerkpartners. Er wordt dan een op-maat traject ontwikkeld. We kijken wat voor hulp de patiënt tijdens de ziekenhuisopname en thuis verder nodig heeft. Dit kan variëren van schuldhulpverlening, intensieve thuiszorg, hulp via het maatschappelijk werk of de verslavingszorg.

Risicoprofielen en behandelopties

Niet ieder nieuw initiatief wordt omarmd. Waarom loopt dit project zo goed?

Een paar redenen zijn belangrijk. Ik ben zelf verpleegkundige geweest en dit project kwam voort uit een behoefte die er bij mij en bij meerdere collega’s was. Namelijk om die draaideur problematiek te voorkomen en patiënten te helpen hun gezondheid te verbeteren. Uiteindelijk levert het betere zorg op en dus ook minder zorgkosten. Het is van groot belang dat het management hier achter staat en hierin ondersteunt. Daarnaast ken ik de weg in het ziekenhuis en weet dus ook wat wel en niet kan. We zoeken naar handelingsperspectieven die uitvoerbaar zijn. Dat betekent ook dat het protocol aangepast kan worden voor verschillende afdelingen. Op de spoedeisende hulp hebben de collega’s bijvoorbeeld minder tijd, dus daar zetten we de AUDIT- C in. Dat is een verkorte versie van de AUDIT die bestaat uit drie vragen. Ook de handelingsperspectieven hebben we aangepast. Ik hoor ook van collega’s dat het werkplezier wordt vergroot door te werken aan gezondheidsbevordering.

Je kunt denken: de patiënt doet het zichzelf aan, eigen verantwoordelijkheid. Maar verslaving heeft mensen in de greep.

En verandering heeft te maken met de hulp die wordt aangeboden op het juiste moment. Daar kunnen verpleegkundigen en artsen het verschil maken. Dat geeft veel voldoening.

Wat zijn je plannen?

Ik ben een deel van de week onderzoeker bij TRANZO waarbij ik onderzoek doe naar de onderbouwing van ons project. En ik heb de mogelijkheid om te promoveren op het thema alcoholpreventie in het ziekenhuis. Ik moet dan wel mijn master halen en daar ben ik dus ook mee begonnen en deze is inmiddels bijna afgerond. Voor mijn masteronderzoek ben ik nu bezig met een systematische review naar de best mogelijke screener van alcoholproblematiek in het ziekenhuis.

Ook ben ik actief betrokken bij het Samenwerkingsverband Vroegsignalering Alcoholproblematiek (SVA) waarbij ons doel is om alcoholpreventie in de Tweedelijnszorg te versterken. Ik doe dat samen met onze MDL-arts Henk-Marijn de Jonge. Als arts en verpleegkundige vormen we een mooi team met ieder onze eigen rol. De arts wijst de patiënt op de fysieke noodzaak om te veranderen en als verpleegkundige kan ik hulp organiseren om de verandering te realiseren.

We zetten ons met elkaar in om veelbelovende aanpakken te verspreiden naar andere organisaties/regio’s en om meer effectonderzoek te doen. Voor onze werkgroep is het belangrijk dat een aanpak bottom up wordt ontwikkeld, dat betekent dat er draagvlak is en dat een methode ook uitvoerbaar is in de praktijk. We zoeken ook naar mogelijkheden om het thema alcohol in een brede leefstijlaanpak te verwerken waarbij ook aandacht is voor roken en overgewicht. Onze producten zijn te vinden op deze website: Tweedelijnszorg en alcoholproblematiek.

Heb je nog een boodschap aan professionals in opleiding?

We hebben als verpleegkundigen veel contactmomenten om het gesprek over alcohol aan te gaan. Wij zien patiënten als ze ontwenningsverschijnselen hebben of als ze verdrietig zijn. Dat zijn momenten dat patiënten mogelijk open staan voor een gesprek. En zo’n gesprek kan werkelijk een verschil maken, tot inzicht leiden of tot acceptatie van een moeilijke situatie. Dat geldt niet alleen voor alcohol maar voor alle leefstijlthema’s. Als we zo doorgaan met ongezond leven dan is over een aantal jaren meer dan 50% van de Nederlandse bevolking en onze patiënten chronisch ziek. En dat door een ongezonde leefstijl. Die voorspellingen zijn wat mij betreft een wake up call waar we als zorgprofessionals mee aan de slag moeten. We moeten iets doen aan de voorkant en niet alleen achteraf behandelen. Ga daarom aan de slag met preventie en het stimuleren van een gezonde leefstijl. Ook als de patiënt er niks mee wil is het belangrijk. Soms heb je namelijk een zaadje gepland dat tijd nodig heeft totdat iemand er wel iets mee gaat doen.


Je kunt de andere kant opkijken en niks doen. Voor mij is dat geen optie. Ik kan niet iedereen redden, dat weet ik echt wel. Maar ook al is het er maar één. Daar doe ik het voor. Dat maakt mijn werk zinvol.

Meer informatie

www.jbz.nl/alcohol

Screeningsinstrumenten alcohol

Handreiking Implementatie vroegsignalering alcoholproblematiek in ziekenhuizen

Vergroot lettertype
Scroll naar top